Verslag korte zwerftocht met Arend Spijker 3 mei 2025
- Details
We verzamelen al vroeg op de parkeerplaats tegenover Steile Oever. Het is een prachtige dag al is het in het begin nog wel wat frisjes. We steken de weg over en wandelen naar beneden. Een prachtig mooi stukje natuur is dit. We staan stil bij de monumentale beuk. Er zijn weer wat grote takken af wat uiteindelijk het behoud is van de beuk zo legt Arend ons uit. Beuken worden veel minder oud dan bijvoorbeeld eiken: 200 jaar is een zeer respectabele leeftijd voor een beuk. Een eik daarentegen kan wel 2000 jaar oud worden!
Arend vertelt dat dit een zogenaamde 12 apostelen boom is: ooit gepland in opdracht van baron Van Pallandt. Overigens was in die tijd dit gebied volledig boomloos. Om de vele zandverstuivingen tegen te gaan EN omdat Nederland chronisch behoefte had aan hout voor de mijnen EN omdat de baron een natuurminnaar was is dit gebied nu zoals het is. We lopen verder en bereiken de Regge.

Hier worden we welkom geheten door vriendelijke koeien die gezellig een eindje met ons mee kuieren. We lopen onder het prikkeldraad door en gaan het prachtige gebied in waar je normaal gesproken dus niet mag komen. Vanwege de speciale ontheffing die Arend heeft aangevraagd zijn wij de gelukkigen die nu hier lopen. We bekijken de steile wanden die zijn ontstaan en onder anderen door oeverzwaluwen worden gebruikt om te nestelen. Ze vliegen in en uit: het is een succes. Terwijl wij daar staan te kijken komt een echtpaar met 2 hondjes (keurig netjes aan de lijn) aangewandeld. Zij blijken hier te wonen en vonden die groep mensen maar verdacht. Goed dat mensen zich zo betrokken voelen.

Het gebied is behoorlijk nat maar gelukkig heeft iedereen goede wandelschoenen aan. We vinden een bosje veren. Het blijkt van een houtduif afkomstig te zijn die waarschijnlijk door een havik geslagen is zoals dat heet. Hij gooit de prooi tegen de grond en soms neemt hij alleen een dot veren mee om daarna nog een keer terug te komen en hem alsnog in verwarde staat natuurlijk mee te nemen. In het verleden werden mensen gestimuleerd om houtduiven te doden. Als je 5 van die staartveren kon overleggen kreeg je daar geld voor. Bizar maar waar.
We zien heel veel pinksterbloemen en Arend vertelt ons dat dit de favoriete bloem is van een speciaal vlindertje: het oranjetipje. Er staat een stok in de grond waar we bijna onopgemerkt voorbijlopen. Gelukkig ziet een van de mensen het en kan Arend vertellen waarom hij juist daar een stok in de grond gestoken heeft: Het blijkt een dassen toilet te zijn. De das is wel echt een dier van stand kun je zeggen: ze hebben hun burchten waar ze eeuwenlang al wonen, hun bij-burchten en een soort van vakantiehuisje burcht. Daar wil je het graag netjes houden dus hebben ze hun "privaat" (zoals mijn opa en oma vroeger ook) buiten aan de rand van hun domein. Ze graven meerdere holletjes waar ze keurig netjes hun behoefte in doen. De vos is een hele andere: die bewoont diverse holen in plaats van een burcht en doet zijn behoefte juist op een verhoogd stukje grond. Hij draait er altijd een puntje aan zoals alle aaseters dat doen.
We zien een geaderd witje op look zonder look zitten. Mooi vlindertje. Ze is nog een beetje wakker aan het worden want reageert helemaal niet op ons. De bever is terug in Nederland tot grote vreugde van de bever liefhebbers en de natuurminnaars. We zien zijn sporen: afgeknabbelde boomstammen en sleepsporen van zijn staart over het zandheuveltje waar hij komt. Ook zien we platgeslagen stukjes gras: hier heeft een ree geslapen. Aan de stammen die deels ontdaan zijn van hun bast heeft het mannetje zijn gewei gestreken en daarmee ook zijn geur achtergelaten. Dit is mijn gebied zegt hij daarmee.
We zien nog een meikever die Arend over zijn mouw laat rondwandelen zodat iedereen hem goed kan bekijken. Wat een rijke natuur is dit toch!
Nadat we de weg zijn overgestoken komen we langs het dode ven. Eeuwig zonde dat hier een verkeerde beslissing is genomen. De dikke bodem waardoor het water vastgehouden werd is afgegraven. Resultaat: weg ven, water weg en een illusie armer. Gelukkig zijn de andere vennen wel intact gebleven. We wandelen over het veen en zien daar hoe het veen hier en in de Peel gegroeid is. Veenmos: het groeit boven het waterpeil uit en groeit 1 millimeter per jaar. In de lengte groeit het en sterft van onder af. Kunnen pakketten zijn van 8-9 meter hoog. Het wordt gevoed met regenwater en is net een spons. Arend knijpt in het stukje veen in zijn hand en daar komt ongelofelijk veel water uit.
De wandeling wordt steeds meer een zwerftocht waar natuurlijk ook een beetje verdwalen bij hoort. Maar gelukkig zijn er altijd mensen met een innerlijk kompas (en een mobiele telefoon) waardoor we weer de goede kant op liepen. Op het laatste zien we nog een excrement. "Ik noem het keutel" zegt Arend.
Moe maar zeer voldaan eindigen we weer op de parkeerplaats. Wat een geweldige dag was dit met zoveel variatie. En dan noem ik nog niet eens al die vogelgeluiden die er ook waren. Nog een weetje over de koekoek tot slot:
Er zijn meerdere soorten koekoeken. Afhankelijk van het nest wat hij uitkiest als gastouder of waardvogel zoals dat officieel heet. De koekoek kan door zijn legbuis in het kleinste gaatje van bijvoorbeeld de winterkoning zijn ei leggen. Dat lijkt dan ook nog op het ei van de winterkoning of bijvoorbeeld de graspieper en de heggemus als ik dat goed onthouden heb. Kortom: de natuur is heel erg slim.

Heel veel dank voor deze prachtige wandeling! Het was weer zeer de moeite waard.
tekst: Brigitta Wemekamp-Koopman, Wolfskuil.
foto's: Reinier Visser.
Verslag excursie Ommermars 28 april 2025 gegeven door Arend Spijker
- Details
Twintig belangstellenden luisterden aandachtig naar de welkomstspeech van Arend. Hij vertelde vol enthousiasme over het jonge gebied welke getransformeerd was naar een natuurgebied. In eerste instantie zou de Ommermars teruggegeven worden aan de boeren. Natuur en Milieu wilde heel graag een gebied met robuuste natuur aan de rand van Ommen. De provincie vond het idee van N&M ook prachtig en dus maakten N&M samen een plan met de kinderen van het Koloriet, die graag een speelplaats wilden met grazende koeien in zicht. Uiteraard begon de excursie vanaf de speelplaats waar harde werkers kort geleden beton hadden gestort bij een pomp zodat ook minder valide mensen deze kunnen bereiken.

Alle rivierduinen waren geĂŤgaliseerd en dus zijn er weer stuifduinen gecreĂŤerd. De begrazing gebeurt door koeien. Er zijn broeihopen gemaakt voor ringslangen omdat deze van groot belang zijn voor de voortplanting. In het gebied zijn meerdere kleine plevieren en kieviten maar daar gaan we nu niet heen in verband met verstoring wat wij uiteraard niet willen.
Verder vinden we in het stroomdal pinksterbloemen ( = de waardplant voor het oranjetipje ) , bleekgele droogbloemen, ruige weegbree, paardenbloemen, vleugeltjesbloem, gele brem, stekelbrem, voorjaarsweegbree, hertshoornweegbree, munt, vogelpootje, tripmadam, liggend ereprijs en nog vele andere soorten planten.

Tripmadam

Liggend ereprijs
We ontdekten ottersporen en zagen kleine plevieren, oeverlopers, kieviten, oeverzwaluwen en een lepelaar. Ook was er al eerder een bever gespot in het gebied. Arend toonde ons een verlaten nestje van een kleine plevier waar we dus even 1 prachtig klein eitje mochten bewonderen omdat het nest al een week verlaten was. Jammer, maar Arend wist ons te vertellen dat er iets verderop 3 kievit pullen door het weiland liepen, dus dat broedsel was wel gelukt. Verder hopen we dat de tapuit hier komt broeden: deze was al wel in het gebied geweest maar helaas niet gebleven. Tapuiten zijn bij het broeden afhankelijk van konijnenholen maar helaas zijn er maar heel weinig konijnen meer dus gaan de tapuiten hier ook niet meer broeden. Nu zijn hier kokers in het gebied begraven en wie weet komt de tapuit hier t.z.t gebruik van maken. Tevens zijn er grote vlotten gemaakt voor visdiefjes, een zwaluwentil en een scholeksterplateau geplaatst in het gebied. Het kijkje, gemaakt door kunstenaar Erik Schutte, is vlakbij het water geplaatst zodat je daar ongezien naar de diverse vogels kunt kijken. Te zijner tijd worden er ook kleine vlotjes uitgezet voor de zwarte stern.
Op meerdere locaties in het gebied zijn recent meerdere autochtone bomen en struiken geplaatst. De soorten zijn kenmerkend voor oude koelanden en houtwallen maar deze zijn nu zeldzaam geworden. Ze zijn zeer waardevol voor vlinders en wilde bijen en uiteraard eten de vogels de bessen van de struiken.
Arend verteld nog dat een groepje otters altijd bestaat uit een moeder met kinderen omdat het vrouwtje een schuilplaats zoekt als ze jongen krijgt: het mannetje is gevaarlijk voor de jonge otters want hij wil ze dood maken. Otters leggen hele grote afstanden af. Ze zijn pas teruggekeerd in onze omgeving toen het water niet meer vervuild was.
Het was een fantastische avond, heerlijk weer en een enthousiaste groep die deze avond heel veel nuttige en leuke informatie kreeg van Arend waarvoor onze hartelijke dank Arend!
Verslag: Ella roelfs Rijzebol
Fotografie: Machteld Oudshoorn
Landelijk nestkastenverslag 2024
- Details
Het NEtwerk voor STudies aan nestKASTbroeders ('NESTKAST') heeft haar jaarverslag over 2024 gepubliceerd.
NESTKAST is het netwerk waarin amateur nestkastonderzoekers (controleurs en ringers), professionele nestkastonderzoekers, het Vogeltrekstation (VT) en SOVON Vogelonderzoek Nederland bij elkaar komen voor het verzamelen en uitwisselen van gegevens, wetenswaardigheden en ervaringen op het gebied van nestkastenonderzoek.
Foto's zwerftocht 12 mei 2018
- Details
De fotoserie van Ella Roelfs-Rijzebol van onze zwerftocht met Arend Spijker op 12 mei 2018.

Uiterst succesvolle lezing over de raaf
- Details
Een bijzondere vogel stond 24 februari in het middelpunt. En die belangstelling bleek overweldigend! Zoân 70 toehoorders vulden de Kern!
"Overdonderd"âŚ.. was dan ook het eerst uitgesproken woord van de voorzitter (en een van de medeoprichters) van de ravenwerkgroep Nederland, Hans de Vos Burchart.

"Overdonderd door het grote aantal toehoorders" (foto van Hans De Vos Burchart gemaakt door Wim Steenge)
In de aankondiging werd gesproken over "mysterieus en bijzonder" en na het verhaal van de spreker zal menigeen deze omschrijving beamen. De Vos Burchart vertelt eerst iets over de betekenis van de raaf in de verschillende culturen door de eeuwen heen. Opvallend is daarbij de soms totaal verschillende insteek: van heel positief tot een uiterst negatieve beeldvorming. Vervolgens gaat hij in op de ervaringen van de werkgroep sinds de oprichting in 2008. Hierbij komt de nadruk te liggen op verschillen met andere kraai-achtigen, aantallen, locaties, nesten, ringen en zelfs zenderen. Of het enkel en alleen op het conto van de werkgroep te schrijven is blijft natuurlijk een vraag, maar dat de positieve ontwikkeling van de aantallen raven significant is blijkt uit onderstaande grafiek.

Een nieuw thuis voor de ooievaars aan de Vecht
- Details
Een bijzondere operatie in samenwerking met natuurvrienden en buurtbewoners
Op âde Bollemaatâ aan de Vecht, waar al meer dan 65 jaar een ooievaarsnest stond, was het hoog tijd voor vernieuwing. Het nest, ooit al eens verplaatst en in 2002 vervangen, was aan vervanging toe. Met een nieuwe "nestbasis" kon het project eindelijk van start gaan. Dankzij de gezamenlijke inzet van Natuur en Milieu De vechtstreek en de buurtvereniging de Zeeheldenbuurt en Noest Bos- en Landschapsbouw Boomverzorging, werd dit mogelijk gemaakt.

Plantactie autochtone struiken in Ommermars
- Details
Er was afgelopen zaterdag 22 februari veel animo voor de plantactie van autochtone struiken in de Ommermars. De dag werd georganiseerd door Streektuinen, Stichting Burgerinitiatief Ommermars en de Vereniging Natuur en Milieu De Vechtstreek.
Veel enthousiaste vrijwilligers, waaronder kinderen, staken de handen uit de mouwen.

foto Maria Kolossa
Het plantmateriaal bestond uit streekeigen struiken zoals de wilde sleedoorn, wegedoorn, de zeldzame tweestijlige meidoorn en verschillende soorten wilde rozen waaronder de heggenroos. Zij bieden voedsel (nectar en stuifmeel) voor bijen, vlinders en andere insecten en zorgen voor nestgelegenheid voor verschillende vogelsoorten. Deze oorspronkelijk in het Vechtdal voorkomende autochtone soorten komen nog op slechts 3 locaties alleen maar in Ommen voor. Het is van groot belang om deze unieke genenbronnen van het Vechtdal te beschermen en te versterken.
Op het einde van de morgen was maar liefs 750 meter haag aangeplant in de Ommermars. Een resultaat om trots op te zijn!
Excursie winterkenmerken door Dirk Slagter
- Details
Zaterdagmiddag 8 februari 2025 staat gepassioneerd biologieleraar Dirk Slagter ons al op te wachten op de kruising Junnerweg-Beerzerweg. Hem wacht de moeilijke opgave een âklasâ van maar liefst 19 personen te onderwijzen en begeleiden door de jungle van Ommen. Meester Dirk had in aanvang om een groep van 15 personen gevraagd, maar dat het zo snel storm liep op de website met aanmeldingen, hadden wij ook niet verwacht....... Toen de webmaster van N&M de Vechtstreek keek of er al een paar mensen mee wilden, was de excursie al OVER-boekt. Maar in goed overleg met meester Dirk mocht iedereen die zich had aangemeld toch meedoen. De âte laatâ melders moesten we helaas teleurstellen. We hadden een perfect stukje bos voor Dirk uitgezocht want er waren heel veel soorten bomen en struiken waar Dirk ons van alles over kon vertellen. Hierbij een aantal kenmerken van de diverse soorten.
Bramen zijn dol op stikstof: het zijn naarlingen aldus Dirk. Dijkviltbraam is een bramensoort met lange stengels die stevige rechte stekels dragen. Stengel: rode kleur boven ( bescherming tegen de zon ) en groene kleur onder.
Eik: aan het eind heel veel knoppen bij elkaar, lijkt op een handje. Hollandse eik spits, puntig. Amerikaanse eik: langwerpige knoppen.
Wilg: bloost ( zo noemt Dirk de rode kleur ) Groen met oranje rood. Rode kleur zit aan de jonge takken en niet aan de oude. Soort schietwilg en koraalwilg. De koraalwilg kleurt heel mooi als de zon erop schijnt.
Berk: Ruwe berk of Betula pendula = het takje voelt ruw aan. Zachte berk: de stam van een oudere boom voelt minder ruw aan.
Framboos: aangenaam om aan te raken = niet erg stekelig.
Douglas spar: de stam barst op een speciale manier, kleine kegels, Geur: citroenachtig.
Amerikaanse krent: herken je aan de striae: lengtestrepen. Knoppen altijd rood-groen. Geur = amandelachtig.
Lijsterbes: paarse knop met een âringstreepâ eronder.
Beukenhaag: behoud zijn verdorde bladeren in de winter. Haagbeuk verliest zijn blad in de winter. De stam van de beuk is niet helemaal glad, zoals vaak wordt gezegd, maar er zitten veel kleine groefjes in de stam = dus gerimpeld. Beukenblad verteert slecht. Een beukenbos heeft heel weinig ondergroei.
Monitoring faunapassages Provincie Overijssel
- Details
Van de provincie Overijssel kregen we een monitoringrapport over het gebruik van faunapassages in onze provincie. Faunapassages zijn voor veel dieren belangrijk als verbinding tussen de verschillende leefgebieden, leefgebieden die tegenwoordig vaak onderbroken worden door âgevaarlijke obstakelsâ als verkeerswegen en kanalen. Ook voor de provincie zijn deze faunapassages belangrijk om bij te dragen aan het behalen van de natuurdoelen in de specifieke N2000-gebieden, ĂŠn om bij te dragen aan de verkeersveiligheid.
Een deel van de faunavoorzieningen is aangelegd door middel van buizen (meestal rond 40 cm) onder (provinciale)wegen, als het goed is worden (grotere) zoogdieren door begeleidende rasters naar de buizen geleid. Bij Varsen is ook een ecoduct gemaakt. Daar gaat dit verslag over.
Ecoduct de Vlierbelten over de N340
Het nieuwe ecoduct bij Varsen (de Vlierbelten) is gemonitord door het Ecologen collectief ECO, in opdracht van de Provincie Overijssel. Uit het boven genoemde rapport heb ik een kort verslagje gemaakt van wat er zoal gebruik maakt van dit ecoduct.
Het monitoren is gebeurd om vast te stellen of, en welke diersoorten gebruik maken van het ecoduct. Het onderzoek heeft plaats gevonden van eind september 2023 tot begin januari 2024. Deze periode is voor de veel soorten de meest actieve periode omdat er dan relatief veel migratie plaats vindt.
De vragen die vooraf werden gesteld waren:
⢠Wordt dit nieuwe ecoduct al door de doelsoorten (das en ree) gebruikt?
⢠Welke diersoorten maken verder gebruik van het ecoduct?
⢠Zijn er nog aanpassingen aan het ecoduct nodig?
Het onderzoek naar het gebruik is uitgevoerd met behulp van oa cameravallen, die cameraâs reageren op beweging. Zowel overdag en âs nachts werken deze cameraâs, een sensor reageert op beweging en maakt een foto van wat er langs komt.
Ook is live gekeken op het ecoduct vooral om vleermuizen te inventariseren en om de vliegrichtingen van vleermuizen vast te kunnen stellen. Twee personen hebben met een warmtebeeldcamera filmmateriaal etc. verzameld vanaf beide zijden van het ecoduct. En met een batdetector, die automatisch geluidopnames maakt van de langs vliegende Vleermuizen, zijn opnames gemaakt.
De doelsoorten voor deze faunaverbinding zijn das en ree. Maar uiteraard is ook gekeken of andere soorten gebruik maken van dit ecoduct.
Bij het monitoren op dit ecoduct is ook gebruik gemaakt een half-open cameraval systeem (âde struikroverâ genoemd) waar marterachtigen, muizen en spitsmuizen met lokstoffen naar binnen worden gelokt. Met een speciale cameraval kunnen dan van dichtbij opnames worden gemaakt.
Ook is er midden op het ecoduct een soort batdetector, een vleermuisrecorder, geplaatst op een paal. Zo kreeg men een goed beeld van zoveel mogelijk soorten die gebruik maken van het ecoduct.
Resultaten Ecoduct Vlierbelten
Bijzonder is toch dat het ecoduct door een groot aantal dieren wordt gebruikt. In de monitoringsperiode (totaal 101 dagen) werden er 545 waarnemingen gedaan van middelgrote en grote zoogdieren die over het ecoduct gingen. Dat zijn 5,4 dieren per etmaal. En als de waarnemingen van (huis)katten worden meegerekend zijn het zelfs 7,4 dieren die per etmaal er gebruik van maken.
De waargenomen soorten op het ecoduct zijn:
Das,
Ree,
Haas,
Vos,
Steen- en boommarter,
Bunzing,
Konijn
Huiskat.
Dit betekent totaal: 262 in 100 dagen.
Kleine zoogdieren
In de half-open cameraval (de zgn struikrover) werd ook een groot aantal opnames van verschillende muizen gemaakt. Kleine marterachtigen als wezel en hermelijn werden niet waargenomen.
Deze waargenomen muizen gebruiken het ecoduct waarschijnlijk als leefgebied. Via het ecoduct worden leefgebieden van muizen met elkaar verbonden waardoor er genetische uitwisseling plaats kan vinden.
Gewone bosmuis
Huisspitsmuis
Rosse woelmuis
Dwergmuis
Bosspitsmuis
Bruine rat
Vleermuis waarnemingen
Ook vleermuizen maken gebruik van zgn linten in het landschap, een ecoduct kan daarom ook voor vleermuizen een erg belangrijke verbinding zijn. De waarnemingen van vleermuizen zijn midden op het ecoduct gedaan.
De volgende vleermuizen zijn waargenomen:
Franjestaart,
Gewone grootoorvleermuis,
Gewone dwergvleermuis,
Ruige dwergvleermuis,
Tweekleurige vleermuis,
Laatvlieger,
Rosse vleermuis.
Totaal zijn er 1345 vleermuizen waargenomen op het ecoduct!
âHondenkluifâ
- Details
Op een druilige tweede Kerstdag wandelde ik langs de Hessenweg West te Ommen. Tussen de eikenbladeren in de berm van de weg zag ik een geelwit gekleurd en geribbeld aangevreten bot liggen. Was het een hondenkluif of een bot van een dood dier? Ik twijfelde en wilde het van dichtbij bekijken. Ik duwde voorzichtig wat bladeren weg om het beter te zien. Het bot was opvallend diep gegroefd en geribbeld in de lengte. Het aangevreten uiteinde ging over in kronkelige lobben. Het had iets spookachtigs. Toen ik even verder keek zag ik nog 10-tal exemplaren staan. Na wat speurwerk kwam ik er achter dat het de witte kluifzwam was.

Witte kluifzwam /foto Hein Kuijper
De witte kluifzwam (Helvella crispa) is algemeen voorkomend in Nederland. Het Latijnse woord crispa betekent krullend, rimpelig en geplooid. Hij is familie van de bekerzwammen en vooral te vinden in en langs eikenbosranden op humusrijke zandige bodems. De zwam kan ook voorkomen onder heggen en langs wegbermen. Uit onderzoek van Rob Crispijn (Ecologisch atlas van padden- stoelen in Drenthe) blijkt dat deze opvallende soort vrij algemeen ook voorkomt langs schelpen- paden in Drenthe.
De witte kluifzwam is een saprofyt: een schimmel die leeft van dood organisch materiaal, plantaardig of dierlijk. Een echte opruimer dus, die vooral te zien is in de periode september - december.
De zwam kan tot 10 cm hoog worden. De steel is hol, heeft diepe groeven en is wit tot okerachtig van kleur. Dit gaat over in onregelmatig gekrulde crème-achtige lobben die samen de âhoedâ vormen waarop de sporen zitten. De onderzijde is ruw behaard en heeft geen plaatjes of gaatjes.
De zwam is giftig omdat hij ingewandsstoornissen veroorzaakt. U bent dus gewaarschuwd als u in boeken over natuurvoeding leest dat hij eetbaar is.
Hein Kuijper
Literatuur:
1. https://www.verspreidingsatlas.nl/0614050
2. https://www.natuurpunt.be
3. https://nl.wikipedia.org/wiki/Witte_kluifzwam
4. https://www.zwammeninzuidhorn.nl/Witte Kluifzwam.html
5. Rob Crispijn, Ecologische atlas van paddenstoelen in Drenthe, zie hoofdstuk 22
Pagina 2 van 36
